Hieronder vinden jullie een gedicht dat een hele stoet aan oude ziektetermen opsomt. Maar wat betekenen deze termen vandaag? Test je kennis met een mini-quiz 👇
Koornstuipen “Vroeger ging je dood aan de ziekte van Poot, aan polderkoorts, een zevenoog, suikerpis en rode loop, of je bezweek aan koningszeer, aan purperkoorts, etterbriel, piep en krop; had je dat al overleefd dan wenkten wildvuur en scheurbuik, venusziekte en rugtering of ging je onderuit aan bleekzucht, galroer, hartwater en dikoor; weinigen weerstonden fleuris, florecijn en trommelzucht; je adem stokte door gierstkoorts, darmkronkel, kwade keel en euvelmond; bleef je gespaard van spouw, knoestgezwel of seskens, dan ging je vroeger dood door het eten van beschimmeld roggebrood.”
Anoniem gedicht, ingestuurd voor de Turing gedichtenwedstrijd 2014, online gepubliceerd op https://huisvangram.wordpress.com/alles-mag-weg/alles-mag-weg/ (laatst geraadpleegd 21 april 2026)
Quiz je mee?
Lees de beschrijving en kies telkens de juiste oude benaming uit het gedicht.
Veel plezier!
1. Je hebt voortdurend dorst, moet vaak plassen en valt af. Artsen proefden vroeger zelfs je urine om het te herkennen… Welke term hoort hierbij?
A. Bleekzucht
B. Suikerpis
C. Galroer
2. Je tandvlees bloedt, je bent moe en je hebt al maanden geen verse groenten of fruit gegeten. Welke term hoort hierbij?
A. Scheurbuik
B. Trommelzucht
C. Krop
3. Je krijgt een plots opvlammende, vuurrode en pijnlijke huidinfectie die zich snel uitbreidt. Wat heb je?
A. Wildvuur
B. Piep
C. Etterbriel
4. Een ziekte die via seksueel contact wordt overgedragen en vroeger vaak een lange, ernstige afloop had. Wat is de plaag die je kwelt?
A. Koningszeer
B. Venusziekte
C. Rugtering
5. Je voelt je zwak en bleek, vaak door een tekort aan ijzer in het bloed. Wat heb je?
A. Bleekzucht
B. Dikoor
C. Fleuris
6. Een pijnlijke zwelling in je hals door een vergrote schildklier, maakt je het leven moeilijk, je kreeg de zwelling waarschijnlijk door voedingstekort. Welke term hoort hierbij?
A. Krop
B. Darmkronkel
C. Euvelmond
7. Je krijgt een opgezwollen buik door vochtophoping, vaak gelinkt aan leverproblemen of ondervoeding. Welke term hoort hierbij?
A. Trommelzucht
B. Spouw
C. Dikoor
8. Je hebt een ernstige keelinfectie waarbij ademhalen moeilijk wordt en die vroeger vaak dodelijk was bij kinderen. Welke term hoort hierbij?
A. Kwade keel
B. Euvelmond
C. Piep
9. Je hebt een infectie waarbij het longvlies ontstoken raakt, met scherpe pijn bij het ademen. Welke ziekte heb je?
A. Galroer
B. Zevenoog
C. Fleuris
10. Je krijft hevige buikpijn door een blokkade of knoop in je darmen. Welke term hoort hierbij?
A. Darmkronkel
B. Rugtering
C. Etterbriel
11. Je wordt gekweld door hoge koortsen die in aanvallen komen en gaat, vooral tijdens de zomermaanden. Je hebt rillingen, zweet hevig en voelt je extreem vermoeid. Wat heb je?
A. Gierstkoorts
B. Hartwater
C. Polderkoorts
Meer weten?
Benieuwd hoe deze ziekten zich in het verleden manifesteerden en hoe men ze probeerde te behandelen? Op onze website vind je artikels waarin enkele van deze aandoeningen uitgebreid worden toegelicht.
Duik in de rubriek “ziekte in de kijker” en ontdek de verhalen achter o.a. suikerpis (diabetes), venusziekte (syfilis), koningszeer (scrofulose), beschimmeld roggebrood (ergotisme) en polderkoorts (malaria).
Wil je graag achterhalen wat al deze oude termen betekenen? Op de pagina met de oplossingen van de quiz vind je ook een lijst met de moderne verklaringen.
