Je bekijkt nu Malaria
Anopheles atroparvus

Sommige doodsoorzaken in het register doen de wenkbrauwen fronsen. Het is niet altijd duidelijk wat ze betekenden. Zoals “fièvre intermittente”, letterlijk intermitterende koorts. Vandaag kennen we deze aandoening als malaria. Bij malaria denken we meestal aan de tropen. Maar vanaf de middeleeuwen tot de late negentiende eeuw sloeg de ziekte ook hier toe, aan onze kust en in de (Antwerpse) polders. De sterftecijfers waren er bijna dubbel zo hoog als elders.

Parasiet

Malaria wordt veroorzaakt door de Plasmodiumparasiet en onder de mensen verspreid door muggen. Er bestaan vijf verschillende Plasmodiumparasieten, waarvan de Plasmodium falciparum de gevaarlijkste is. Vandaag heerst deze parasiet vooral in Afrika: jaarlijks sterven daar zo’n 400.000 personen aan de ziekte. Plasmodium vivax, de variant die bij ons in het verleden grote schade aanrichtte, teistert nu vooral Azië, Midden- en Zuid-Amerika.

Het ziektebeeld van malaria wordt gekenmerkt door hoofdpijn, spierpijn en koorts. De snelheid waarmee de koortsaanvallen zich herhalen, is afhankelijk van de parasietensoort. Malaria vivax bijvoorbeeld veroorzaakt om de 48 uur een koortsaanval, vandaar dat die in onze historische geschriften ‘wisselkoorts’, ‘intermitterende koorts’ of ‘anderendaagse koorts’ wordt genoemd. Vooral de chronische gevolgen van malaria zoals bloedarmoede en uitputting zijn gevaarlijk en leiden tot een vroege dood. Vivaxlijders hebben immers ook minder weerstand tegen andere infectiezieken. De tijdgenoten waren hiervan goed op de hoogte, zo blijkt uit de historische bronnen. Kinderen en zwangere vrouwen liepen het grootste gevaar. Maar vooral de landarbeiders uit het binnenland die tijdens de oogst in de polders kwamen werken en nog geen immuniteit hadden, kregen deze koortsen.

Polderkoorts

Malaria wordt overgedragen door de Anophelesmug. Er zijn honderden soorten Anophelesmuggen, maar slechts een viertal kunnen malaria vivax overbrengen. In West-Europa zorgde vooral de Anopheles atroparvus voor de verspreiding van de vivax variant.

Deze mug broedt het best in brak stilstaand water. Vandaar dat de ziekte bij ons vooral veel slachtoffers maakte in de polders. Talrijke vroegmoderne geschriften duiden aan dat malaria er hevig woedde in de omgeving van rivieren en moerassige gebieden. De toen gangbare synoniemen ‘moeraskoorts’ en ‘polderkoorts’ verwijzen trouwens naar de geografische verspreiding van malaria.

Verspreiding van de Anophelesmug omstreeks 1937
(Bron: J. RODHAIN, M. VAN HOOF, Recherches sur l’anophélisme en Belgique, in: Annales de la Société Belge de Médecine Tropicale, 1943, p.217.)

Internationaal historisch onderzoek heeft aangetoond dat de ziekte endemisch was in vrijwel alle kustgebieden rondom de Noordzee. De malariaparasiet zelf is al miljoenen jaren oud, maar bij ons moeten we de komst van malaria vivax vooral tijdens de vroege middeleeuwen situeren. Toen werden immers dijken en kanalen gegraven om overstromingen te voorkomen en de zee op afstand te houden. Het brakke water dat dan tussen de greppels bleef staan, werd zo een aantrekkelijke broedplaats voor de muggen. De hoogdagen van de ziekte liggen in de periode 1600-1900 wanneer onze kustgebieden op meer grootschalige wijze werden ontgonnen.

Kinine

De strijd tegen malaria was een lang proces. Kinine, ook wel jezuïetenpoeder genoemd, was eeuwenlang het enige middel om de ziekte te bestrijden. In de zeventiende eeuw werd het door de Spaanse jezuïeten uit Zuid-Amerika meegebracht naar Europa. Afkomstig van de schors van de kinaboom uit de Andes, werd de kinabast gedroogd en verpulverd voor de behandeling van allerlei kwalen. Kinine verhindert of onderdrukt de koortsaanvallen en draagt zo bij tot een mildere vorm van de ziekte, maar het vernietigt de malariaparasiet niet.

Slechte lucht

Geneesheren kenden voor het einde van de negentiende eeuw immers de echte oorzaak van malaria niet. Vooraleer de malariaparasiet werd ontdekt, schreven ze de ziekte toe aan de stinkende geuren die uit moerassen, poelen en rivieren kwamen. Mal-aria is trouwens afgeleid van het Latijn voor ‘slechte lucht’. Ziekten vonden volgens de medische wereld hun oorsprong in de natuur en manifesteerden zich in de vorm van zogenaamde miasma’s (schadelijke, stinkende bodemgeuren). Op grond van die miasmatheorie werden tot ver in de negentiende eeuw veel werken uitgevoerd om de omgeving te verbeteren. Het droogleggen van moerassen en het dempen van grachten werden toen als de belangrijkste middelen beschouwd om de lucht te zuiveren.

Muggen

Dijken, bredere kanalen en sluizen werden aangelegd om het water stromend en op peil te houden. Ook al deed men dit op volstrekt verkeerde gronden, het leidde er wel toe dat het aantal broedplaatsen van de Anophelesmug sterk verminderde. De oorsprong van de polderkoorts lag inderdaad in het grote aantal poelen, grachten en moerassige gronden, maar niet de geuren waren de boosdoener, wel de muggen die deze als broedplaats uitkozen. Daarnaast speelde ook de betere huisvesting een belangrijke rol. Terwijl vroeger mens en vee vaak onder één dak leefden en de meeste huizen slechts uit een of twee kamers bestonden, werden de huizen op het einde van de negentiende eeuw groter, meer verlicht en beter geventileerd, en bijgevolg minder aantrekkelijk voor de muggen. In het begin van de twintigste eeuw, toen wetenschappers de muggenpopulatie in België bestudeerden, werd de Anopheles atroparvus vooral in schuren en stallen, en nog nauwelijks in huizen, aangetroffen.

Affiche van de Commissie voor de Bestrijding van de Malaria in Noord-Holland, circa 1925. (Noord-Hollands Archief, Haarlem.)

DDT

De belangrijkste doorbraak werd gemaakt in 1880 met de ontdekking van de Plasmodiumparasiet door de Franse legerdokter Charles Laveran en in de jaren 1890 toen de Britse arts Ronald Ross en de Italiaanse zoöloog Giovanni Battista Grassi vaststelden dat de ziekte door de Anophelesmug wordt overgebracht. Eenmaal duidelijk werd hoe malaria werd verspreid, begonnen overheden in heel Europa met een grootscheepse bestrijding van de malariamuggen. Later werd ook het welbekende DDT gebruikt. In de jaren 1950 voerde de Wereldgezondheidsorganisatie met DDT een mondiale uitroeiingscampagne tegen malaria. Het leidde tot een spectaculaire daling van het aantal malariagevallen, maar gezien de giftige neveneffecten werd deze pesticide uit de campagne geschrapt.

Het gebruik van DDT tegen malaria in Italië, jaren 1940.
 

Vandaag

De ziekte blijft onder meer door de groeiende mobiliteit en migratie een wereldwijd probleem. Bij ons is vooral de import van malaria een zorg. Vandaag worden in België jaarlijks zo’n 300 tot 350 malariagevallen geregistreerd. Dat zijn meestal toeristen die de ziekte in het buitenland hebben opgelopen. In 90% van de gevallen is Afrika de plaats van besmetting. Vorig jaar stierf echter een koppel uit Kampenhout, in Vlaams-Brabant, nadat ze in ons land besmet geraakt waren met malaria. Dat is uiterst zeldzaam. Men vermoedt dat een besmette malariamug via de luchthaven van Zaventem ons land is binnengeraakt.

De Wereldgezondheidsorganisatie schatte in 2019 het aantal malariagevallen op 229 miljoen. In Afrika overlijdt vandaag nog elke twee minuten een kind aan malaria. De belangrijkste reden is de dalende doeltreffendheid van de antimalaria-geneesmiddelen. Veel heil wordt in de toekomst dan ook verwacht van een malariavaccin dat in ontwikkeling is.

Meer lezen

  • Isabelle Devos, Allemaal beestjes. Mortaliteit en morbiditeit in Vlaanderen 18de-20ste eeuw, Gent, Academia Press, 2006.
  • Bart Knols, Mug. De fascinerende wereld van volksvijand nummer 1, Amsterdam, Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2009.
  • Otto Knottnerus. Malaria around the North Sea: a survey, in: Gerold Wefer, Wolfgang H. Berger, Karl-Ernst Behre, Eynstein Jansen (eds.), Climate development and history of the North Atlantic ream, Berlin Heidelberg, Springer-Verlag, 2002, pp. 339-353.