Op 6 januari 1867 stierf de zes maanden oude Leonardus Deleppée. In het Antwerpse doodsoorzakenregister staat als doodsoorzaak opisthotonus: een hevige spierkramp waarbij het hoofd, de nek en de wervelkolom zich in een achterwaartse boog trekken. Opisthotonus is geen ziekte op zich, maar een symptoom dat onder meer voorkomt bij tetanus.
Vandaag kennen we tetanus vooral als een ziekte waartegen we gevaccineerd worden. Dat is belangrijk, want de bacterie die tetanus veroorzaakt, komt nog altijd overal ter wereld voor. Een kleine, diepe wond kan in principe volstaan om de ziekte te veroorzaken.
Wat is tetanus?
Tetanus is een ernstige infectieziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani. Deze bacterie komt van nature voor in aarde en stof en vormt sporen die zeer lang kunnen overleven. Wanneer zo’n spoor via een diepe wond het lichaam binnendringt, bijvoorbeeld na een prik van een doorn of een verwonding door een metalen voorwerp, kan de bacterie zich daar ontwikkelen. Daarbij produceert ze tetanospasmine, ook wel TeNT genoemd: een krachtig neurotoxine dat het zenuwstelsel aantast.
Het gevolg zijn oncontroleerbare en vaak zeer pijnlijke spierkrampen. Die kunnen ook de ademhalingsspieren treffen. Zonder behandeling sterft een groot deel van de mensen die tetanus krijgen. De ziekte kan leiden tot ernstige ademhalingsproblemen en verstoringen van de bloeddruk en bloedcirculatie, met uiteindelijk hartfalen of verstikking als gevolg.
De tetanusbacterie is wereldwijd aanwezig. Goede wondverzorging is daarom belangrijk, maar de belangrijkste bescherming is vaccinatie. Tetanusvaccinatie kan de ziekte vrijwel volledig voorkomen. Wie tetanus heeft doorgemaakt, is bovendien niet automatisch beschermd tegen een nieuwe infectie.
Een ziekte die al duizenden jaren bekend is
Tetanus is geen moderne ziekte. Historische bronnen wijzen erop dat de aandoening al in de oudheid voorkwam. De Griekse arts Hippocrates gaf een opvallend gedetailleerde beschrijving van een patiënt.
Het slachtoffer was een commandant van een groot schip. Zijn wijsvinger werd verbrijzeld door een scheepsanker. De wond raakte ontstoken en werd gangreenachtig. Eerst kreeg de man lichte koorts en pijn en verloor hij een deel van zijn vinger. Na zeven dagen kreeg hij problemen met zijn tong en kon hij moeilijk spreken. Vervolgens ontstonden de typische verschijnselen van ernstige tetanus. Zijn kaken kwamen vast te zitten en de stijfheid verspreidde zich naar zijn nek. Daarna kreeg hij over zijn hele lichaam hevige stuiptrekkingen. Uiteindelijk stierf hij.
Het verslag, dat dateert van ongeveer 400 voor Christus, beschrijft daarmee verschillende kenmerken die we vandaag nog met tetanus associëren. De spierkrampen beginnen vaak in de kaak, waardoor trismus of kaakklem ontstaat. Daarna kunnen de spieren van de nek, borst en de rest van het lichaam verstijven. Ook de aangezichtsspieren kunnen verkrampen, waardoor een karakteristieke grijns ontstaat die bekendstaat als risus sardonicus. Wanneer de ziekte zich verder verspreidt, kan opisthotonus ontstaan: het hele lichaam trekt dan in een achterwaartse boog. Het verschijnsel komt ook bij andere aandoeningen voor en is dus niet specifiek voor tetanus. Bij zeer ernstige spierkrampen kunnen zelfs wervels en ribben breken.

Van kaakklem tot tetanus
Tetanus had vroeger heel wat namen. In Vlaanderen en Nederland was de ziekte onder meer bekend als kaakklem of klem, verwijzend naar een van de meest opvallende symptomen. In Nederlandse dialecten kwamen ook namen voor als wondkramp, klemmoel, nekkramp, duivelskramp, het kwaad, het vier en vuur.
Ook in de Antwerpse doodsoorzakenregisters vinden we verschillende van deze benamingen terug. De registers vermelden 46 gevallen van tetanus, 9 van nekkramp en 21 van trismus. Daarnaast zijn er twee gevallen van opisthotonus: de zes maanden oude Leonardus Deleppée uit de inleiding en de twee maanden oude Eugenius De Cauwer. Eén persoon overleed aan wat in het register doodskramp wordt genoemd.
Tetanus en nekkramp wijzen met zekerheid op een infectie met Clostridium tetani. Dat geldt niet noodzakelijk voor trismus en opisthotonus: deze symptomen kunnen ook door andere aandoeningen worden veroorzaakt. In historische bronnen werd trismus echter vrijwel altijd gebruikt om tetanus aan te duiden.
Gevallen van tetanus, trismus, nekkramp, opisthotonus en neonatale tetanus in Antwerpen

De meeste Antwerpse gevallen waren vormen van gegeneraliseerde tetanus, waarbij de infectie het hele zenuwstelsel aantastte. Er bestaat ook lokale tetanus, waarbij de spierkrampen beperkt blijven tot het lichaamsdeel rond de wonde. Die vorm is zeldzamer.
In de registers komen ook enkele gevallen van neonatale tetanus voor. Deze vorm treft pasgeborenen en kan ontstaan wanneer de navelstreng wordt doorgeknipt met niet-ontsmet materiaal. Vandaag zijn de meeste pasgeborenen indirect beschermd tegen neonatale tetanus doordat hun gevaccineerde moeder antistoffen doorgeeft.
Een andere zeldzame vorm is cephalische tetanus, die ontstaat na verwondingen aan het hoofd of de nek.
Hoe ontdekten artsen de oorzaak?
Tot ver in de negentiende eeuw wisten artsen niet waardoor tetanus werd veroorzaakt. De eerste belangrijke doorbraak kwam in 1884. De Italiaanse onderzoekers Antonio Carle en Giorgio Rattone toonden toen aan dat tetanus overdraagbaar was door pus van een overleden tetanuspatiënt bij konijnen in te spuiten.
In datzelfde jaar ontdekte de Duitse arts Arthur Nicolaier staafvormige bacteriën in aarde. Door dieren met grondmonsters te injecteren, kon hij tetanus opwekken. Daarmee kwam de bacteriële oorsprong van de ziekte steeds duidelijker in beeld.
Nicolaier slaagde er echter niet in de bacterie in een zuivere kweek te isoleren. Clostridium tetani is namelijk anaeroob: de bacterie kan alleen groeien in een omgeving zonder zuurstof. In 1889 lukte het de Japanse bacterioloog Kitasato Shibasaburo, die in het laboratorium van Robert Koch in Berlijn werkte, om de bacterie wel in een zuivere cultuur te kweken. Hij toonde bovendien aan dat Clostridium tetani op zichzelf de ziekte kon veroorzaken.
Microfoto van een groep Clostridium tetani-bacteriën, de veroorzakers van tetanus

Daarmee was echter nog niet het hele verhaal verklaard. Een volgende cruciale stap was het inzicht dat niet de bacterie zelf, maar een door de bacterie geproduceerd gif verantwoordelijk was voor de symptomen. In 1890 toonden Emil von Behring en Kitasato aan dat het bloed van geïmmuniseerde dieren een stof bevatte die het tetanusgif kon neutraliseren, een zogenaamd antitoxine Hun onderzoek vormde de basis voor het gebruik van antiserum om mensen tijdelijk tegen tetanus te beschermen.
Aan het einde van de negentiende eeuw ontstond ook het idee dat een toxine zijn giftigheid kon verliezen en toch bruikbaar kon blijven om immuniteit op te wekken. Paul Ehrlich experimenteerde hiermee en introduceerde in 1897 de term toxoïde. Het ging echter nog niet om een stabiel en praktisch bruikbaar vaccin.
Tetanus op het slagveld
Oorlogen vormden lange tijd een bijzonder groot risico op tetanus. Soldaten liepen vaak diepe wonden op die in contact kwamen met aarde en vuil. Dat waren precies de omstandigheden waarin tetanussporen konden ontkiemen.
Tijdens de eerste maanden van de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde naar schatting één op honderd gewonde soldaten tetanus. De Vlaamse en Franse slagvelden waren bovendien rijk aan tetanussporen, onder meer doordat de velden met paardenmest waren bemest. De moderne oorlogsvoering, met granaten die diepe en vervuilde wonden veroorzaakten, vergrootte het risico nog verder. In de loopgraven zaten soldaten voortdurend onder aarde en vuil, waardoor zelfs een kleine verwonding gevaarlijk kon zijn.
De ontdekking van het tetanusantitoxine maakte een groot verschil. Het serum van Behring en Kitasato werd op grote schaal gebruikt om gewonde soldaten te beschermen. Vanaf oktober 1914 daalde het aantal tetanusgevallen sterk, zowel aan Duitse als aan geallieerde zijde.
In de Antwerpse registers vinden we slechts vijf soldaten terug die aan tetanus overleden. Het front van de Eerste Wereldoorlog lag immers ver van Antwerpen. Eén Belgische soldaat stierf in oktober 1914, nog vóór het serum in het Belgische leger werd ingevoerd. Vervolgens overleden twee Duitse soldaten in het Militair Hospitaal aan de Marialei, in januari en maart 1918. Tijdens de Tweede Wereldoorlog overleden nog twee soldaten aan tetanus in Antwerpen: een Belgische soldaat in 1940 en een Duitse in 1944.
Van tijdelijk serum naar vaccin
Het tetanusserum van Behring en Kitasato bood bescherming, maar slechts tijdelijk. De antistoffen moesten na een verwonding opnieuw worden toegediend en beschermden niet langdurig tegen een nieuwe infectie.
In 1923 ontdekte de Franse onderzoeker Gaston Ramon dat hij toxines met formaldehyde en warmte onschadelijk kon maken, terwijl ze hun vermogen behielden om het immuunsysteem te stimuleren. Hij noemde het resultaat een anatoxine, een soort onschadelijke kopie van het gif. Deze veroorzaakt geen ziekte, maar leert het immuunsysteem wel om antistoffen tegen het gif aan te maken.
De methode werd vervolgens toegepast op tetanustoxine. In samenwerking met andere onderzoekers, onder wie Christian Zoeller, werd het tetanustoxoïde verder ontwikkeld en getest. In 1926 werden de eerste mensen met tetanustoxoïde gevaccineerd. Daarmee was een belangrijke stap gezet van tijdelijke bescherming met antiserum naar langdurige bescherming door vaccinatie.
In 1938 volgde een verbeterde versie, waaraan aluminiumzouten werden toegevoegd om de werking van het vaccin te versterken.
De nieuwe vaccinatie bewees haar waarde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze werd op grote schaal aan soldaten toegediend en het aantal tetanusgevallen onder gewonden daalde sterk. Vanaf de jaren 1940 werd het tetanusvaccin bovendien gecombineerd met vaccins tegen difterie en kinkhoest. Zo ontstond de voorloper van het DTP-vaccin dat kinderen vandaag nog steeds krijgen.
Een ziekte die eeuwenlang een gevreesde doodsoorzaak was, werd zo grotendeels voorkombaar. Tetanus is nog altijd aanwezig in de omgeving, maar dankzij vaccinatie is het risico voor de meeste mensen sterk teruggedrongen.
Literatuurlijst
- Cook, T. M., Protheroe, R. T., & Handel, J. M. (2001). Tetanus: a review of the literature. British Journal of Anaesthesia, 87(3), 477–487. https://doi.org/10.1093/bja/87.3.477
- Galassi, F. M., & Bianucci, R. (2024). Tetanus: historical and palaeopathological aspects considering its current health impact. Journal of Preventive Medicine and Hygiene, 65(4). https://doi.org/10.15167/2421-4248/jpmh2024.65.4.3376
- Wikipedia-bijdragers. (z.d.). Tetanus. Wikipedia. Geraadpleegd op 22 juni 2026, van https://en.wikipedia.org/wiki/Tetanus
- Brightman, C. (2018). Tetanus: An ever-present infection risk. Trends in Urology & Men’s Health, 9(3), 29-31. https://doi.org/10.1002/tre.638
- Cornelis Wever, P. & van Bergen L. Prevention of tetanus during the First World War, in Medical Humanities 2012, 38: 78-82. doi: 10.1136/medhum-2011-010157
