Koorts is een veelvoorkomende doodsoorzaak in de Antwerpse registers en duikt op in erg veel variaties. Maar is koorts werkelijk schadelijk? Of heeft het ook voordelen? Doorheen de eeuwen bestonden in de medische wereld verschillende houdingen ten aanzien van koorts en ook vandaag nog lopen de meningen uiteen over het nut en de behandeling van koorts.

Wat is koorts?

Doorheen de hele geschiedenis van de geneeskunde was koorts een onderwerp van fascinatie en studie. Koorts is een van de oudst bekende symptomen van ziekte en medici van alle tijden probeerden het geheimzinnige fenomeen te doorgronden. De beschavingen van Egypte en Mesopotamië geloofden dat koorts werd veroorzaakt door kwade geesten en gebruikten vaak vormen van exorcisme om de lichaamstemperatuur te doen dalen. De oude Grieken zagen koorts dan weer als een mysterieus en zelfs goddelijk fenomeen. Zij geloofden dat koorts een ziekte op zichzelf was, en tegelijkertijd ook heilzame effecten had.

Tegenwoordig wordt koorts doorgaans gedefinieerd als een gereguleerde verhoging van de lichaamstemperatuur. Vaak is dit een fysiologische reactie op een infectie of ziekte maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Bij koorts wordt de lichaamsthermostaat in de hypothalamus hoger ingesteld, waarna het lichaam opwarmt naar dit nieuwe ‘normaalpunt’. Deze fase voelt koud aan voor de koortslijder en gaat gepaard met de koude rillingen. Wanneer de thermostaat terug lager zakt, gaat het lichaam zweten om de overtollige hitte opnieuw kwijt te geraken. Koorts is op dit vlak anders van hyperthermie, zoals een hitteberoerte, waarbij het lichaam oververhit raakt terwijl het instelpunt van de temperatuur ongewijzigd blijft.

Ondanks dit universele begrip van koorts is er tot op heden geen algemeen aanvaarde klinische definitie van koorts. Hoeveel verhoging er precies moet zijn, met welk type thermometer en op welk lichaamsdeel er moet gemeten worden, variëren substantieel binnen de medische onderzoeksliteratuur. Koorts blijft dus tot op vandaag een ongrijpbaar fenomeen, al weerspiegelt de evolutie van ons begrip van koorts de vooruitgang van de medische wetenschap door de eeuwen heen.

Koorts als medicijn én ziekte

De geschriften van Hippocrates bevatten bewijs dat hij koorts beschouwde als geneeskrachtig en als therapie voorschreef. Ook in de volgende eeuwen werd koortstherapie ingezet om ziekten te behandelen. Patiënten met ziekten zoals syfilis, gonorroe, reumatoïde artritis, astma en epilepsie zouden allen baat hebben bij een kunstmatige verhoging van de lichaamstemperatuur. In vele culturen zette men daarom sauna’s, zweethutten, stoombaden, etc. om koorts uit te lokken.

Volgens de theorie van de humoren, die werd uitgewerkt door Galen (129-201 na Christus), werd koorts veroorzaakt door een onevenwicht in de lichaamssappen. Gele gal werd geassocieerd met vuur en dus dacht men dat koorts veroorzaakt werd door een teveel aan gele gal. Koorts kon bovendien een goed teken zijn bij infectie, omdat de verhoogde hitte of vuur, de infectie zou ‘wegkoken’.

Febris godin van koortsen bij de romeinen, ets door Virgil Solis, ca. 1530-1562 (https://www.britishmuseum.org/collection/object/P_1874-0711-1881https://collections.vam.ac.uk/item/O782569/print-virgil-solis/, CC BY-SA 4.0)
https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=122473051

Tegelijkertijd werd koorts ook als ziekte gezien. De Romeinen vereerden Febris, de godin van de koortsen, zodat ze hen niet zou treffen. Koorts werd er bestreden door de patiënten af te koelen, of door hen wilgenbastextract te geven. Later werden ook aderlatingen uitgevoerd om koorts te bestrijden.

Deze dubbele visie op koorts als ziekte én geneesmiddel zou vele eeuwen blijven bestaan. De uiterst dodelijke pestepidemieën tijdens de middeleeuwen leidden er echter toe dat koorts als een voorloper van de dood werd beschouwd. Gelovigen vreesden koorts als een goddelijke straf en de heilzame effecten van koorts werden vergeten.

Op zoek naar een beter begrip van koorts

Vanaf de zeventiende eeuw veranderde de visie op koorts aanzienlijk. In 1628 publiceerde de Engelse arts William Harvey zijn bevindingen over de menselijke bloedsomloop die het begrip van koorts zoals het tot dan toe bestond op de helling zetten. De ontdekking verdeelde artsen in twee kampen: de iatrofysici zagen koorts in termen van een verhoogde wrijving van het bloed in de bloedsomloop. De iatrochemici, aan de andere kant, geloofden dat warmte werd geproduceerd in vloeistoffen door gisting en rotting. Volgens deze opvatting was koorts dus een hyperfermentatie in het bloed. Geen van beide theorieën had echter een wetenschappelijke basis maar de zoektocht naar een beter begrip van koorts was gestart.

Deze zoektocht ging gepaard met de zoektocht naar het accuraat opmeten van de menselijke lichaamstemperatuur. Hippocrates beschreef in zijn geschriften reeds op merkwaardig nauwkeurige wijze verschillende koortsziekten zoals malaria en bacteriële longontsteking aan de hand van de kenmerkende schommelingen in lichaamstemperatuur waarmee deze gepaard gaan, maar we weten niet hoe deze temperatuurschommelingen gemeten werden. Vermoedelijk werd koorts vastgesteld door te voelen met de hand.

Tijdens de renaissance werden verschillende toestellen uitgedacht om de verandering van warm en koud te meten, de zogenaamde thermoscopen. Een doorbraak kwam er in de entourage van de Italiaan Galileo Galilei, waar Santoria Santorio in 1611 voor het eerst een numerieke schaal toegevoegde aan de thermoscoop en hiermee een kwantitatieve meeting mogelijk maakte. De eerste primitieve thermometer was geboren maar exacte metingen in medische context waren moeilijk en tijdrovend. Bovendien was er nog geen ‘nulpunt’ of normale lichaamstemperatuur.

Thermometer, Sanctorius, 1626.
(© Wellcome Collection)

In 1724 ontwikkelde Daniel Fahrenheit de Fahrenheit schaal en in 1742 volgde de Zweedse astronoom Anders Celsius met de temperatuurschaal die we vandaag courant gebruiken, al was in zijn oorspronkelijk ontwerp 0 het kookpunt en 100 het vriespunt.

In de achttiende eeuw probeerde men koorts beter te begrijpen door middel van classificatie. Sommige classificaties onderscheidden meer dan 100 soorten koorts. De verschillende soorten koorts werden van elkaar onderscheiden op basis van de extern waarneembare uitingen. Bijgevolg waren er categorieën die verwezen naar de frequentie van de koorts. In de negentiende-eeuwse Antwerpse doodsoorzakenregisters vinden we bijvoorbeeld ‘terugkerende koorts’, ‘overanderendaagse koorts’, ‘kwijnende koorts’ en ‘aanhoudende koorts’. Andere koortsen werden benoemd volgens hun vermeende ‘aard’. In de Antwerpse registers treffen we bijvoorbeeld ‘kwade koorts’, ‘hete koorts’, ‘slimme koorts’ en ‘zotte koorts’. Koorts kon worden beschreven in termen van de ernst van de ziekte (‘kwaadaardige koorts’ of ‘pestkoorts’) of in termen van de locatie van de koorts (‘hoofdkoorts’, ‘buikkoorts’, ‘zenuwkoorts’) of de woonplaats (‘polderkoorts’). Koortsen gelinkt aan een duidelijke ontstekingsbron werden ‘symptomatische koortsen’ genoemd. Koortsen waarbij geen duidelijke ontstekingsbron kon worden bepaald, waren ‘essentiële koortsen’. De wirwar aan koortsclassificaties creëerde meer verwarring dan duidelijkheid. De veelheid aan benamingen weerspiegelde eerder het gebrek aan het begrip van de oorzaken van koorts, dan de kennis ervan.

Vormen van koorts in de Antwerpse doodsoorzakenregisters (1820-1946)

Veranderende ideeën in de negentiende eeuw

Aan het begin van de negentiende eeuw probeerde de Franse arts François Broussais om verschillende uitingen van koortsachtige ziekten te linken aan veranderingen in weefsels tijdens post mortem onderzoeken. Hiermee ging hij als een van de eerste op zoek naar het oorzakelijk verband tussen een fysiek waarneembare ziekte en koorts. Maar nog steeds was niet duidelijk of koorts moest worden gezien als een ziekte op zich, of als een symptoom van een onderliggende aandoening. Die doorbraak kwam met de wetenschap van de bacteriologie aan het einde van de negentiende eeuw, die het ziekteverloop van veel infectieziekten kon onthullen. De oorsprong van koorts werd nu duidelijker, en koorts kon in verband gebracht worden met bepaalde ziektes.

Het werk van de Duitse fysicus en geneesheer Carl Wunderlich vergrootte het begrip van koorts nog verder. Hij benadrukte het belang van het meten van de exacte lichaamstemperatuur. Enkel zo kon op een objectieve manier tot data gekomen worden die een wetenschappelijke analyse van het ziekteverloop toelaten. Hij hield in de jaren 1850 en 1860 bij wat de lichaamstemperaturen van zijn zieke én gezonde patiënten waren en stelde dat een normale lichaamstemperatuur rond de 37°Celsius lag. Later in de jaren 1870 kwam er een algemeen aanvaarde definitie van koorts als zijnde een regulering van de lichaamstemperatuur op een hoger niveau dan normaal. Tot dan toe dacht men dat koorts het onvermogen van het lichaam was om de temperatuur te reguleren.

Medici begonnen koorts nu steeds meer als schadelijk te beschouwen. Temeer omdat de Franse fysioloog Claude Bernhard in 1876 aantoonde dat dieren snel stierven als hun normale lichaamstemperatuur met 5 à 6 °Celsius werd overschreden. Koorts werd gezien als een onheilspellend teken en er moest ingegrepen worden om de lichaamstemperatuur onder controle te krijgen. De ontdekking van koortswerende middelen bracht soelaas. Wilgenbladeren werden reeds vele eeuwen gebruikt om koorts te behandelen maar in de negentiende eeuw gingen diverse onderzoekers op zoek naar het actieve bestanddeel, salicine. Dit leidde tot de uitvinding van de Aspirine in de ateliers van de farmaceutische fabrikant Bayer. In 1899 kwam het product op de markt, met onmiddellijk succes. Tegenwoordig behoren koortswerende middelen wereldwijd tot de meest gebruikte geneesmiddelen. Ondanks hun wijdverspreide gebruik en populariteit, rijzen er binnen de medische wereld vragen over hun nut.

Wilgenbast, ingekleurde lithografie door W. Dickes & co.,1855.
(© Wellcome Collection)
 

Koorts: vriend of vijand?

Onderzoek in de twintigste eeuw heeft tot een steeds beter begrip van koorts geleid. Vandaag weten we dat koorts een reactie is van het immuunsysteem en dat de verhoging van de lichaamstemperatuur tal van voordelen heeft. De hitte van koorts verhoogt de prestaties van immuuncellen en veroorzaakt rechtstreeks stress op pathogenen en geïnfecteerde cellen. Zo kan koorts helpen om ziekteverwekkers te bestrijden. We weten bovendien dat koorts zelden of nooit boven de levensgevaarlijke grens van 42°Celsius gaat en dat zelfs erg hoge koorts zelden permanente (hersen)schade aanricht.

Ondanks dit wijdverspreide begrip van de voordelen van het koortsproces, is er nog veel angst voor koorts. Vooral onder ouders van jonge kinderen bestaat er een zogenaamde ‘koortsfobie’. In de medische onderzoeksliteratuur gaan steeds meer stemmen op om het gebruik van koortswerende middelen achterwege te laten of te beperken zodat de koorts zijn werk kan doen. Onder andere bij COVID19 bleek dat het toelaten van koorts de bestrijding van de infectie ten goede kwam. Het blijft echter een controversieel onderwerp en vele artsen blijven koortswerende middelen voorschrijven om de fysieke ongemakken waarmee koorts gepaard gaat, te bestrijden.

Bibliografie

  • A. Sahib El-Rahdi. “The role of fever in past and present”, Medical Journal of Islamic World Academy of Sciences 19, 1 (2011): 9-14.
  • Atkins, Elisha, “Fever, Its History, Cause and Function”, The Yale Journal of Biology and Medicine 55 (1982): 283-289.
  • Foucault, Michel. The Birth of the Clinic, An Archaeology of Medical Perception. Routledge, 1976.
  • Kluger, Matthew J. Fever, its biology, evolution, and function. Princton University Press, 1979.
  • Mackenzie M.A., van Heteren G.M., van der Meer J.W.M. “Klinische thermometrie. 1. Historische ontwikkelingen”, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 141(1997): 954-6.
  • Mackowiak Philip A., Chervenak F.A., Grünebaum A. “Defining Fever”, Open Forum Infectious Diseases 8, nr. 6 (2021): 161.
  • Mackowiak, Philip A. “Brief History of Antipyretic Therapy”, Clinical Infectious Diseases 5 (2000): 154-6.
  • Wrotek, Sylwia, LeGrand, Edmund K, Dzialuk, Artur, Alcock, Joe. “Let fever do its job: The meaning of fever in the pandemic era”, Evolution, Medicine, and Public Health 9, nr. 1, (2021): 26–35.