Wat is meningitis?

Meningitis is een zeldzame maar erg dodelijke ziekte. Het is een acute of chronische ontsteking van de hersenvliezen. De voornaamste symptomen zijn hoge koorts, hoofdpijn en een stijve nek. Daarnaast kunnen zieken ook verward en misselijk zijn, last hebben van braken en gevoelig zijn voor licht of luide geluiden.

De infectie kan worden veroorzaakt door virussen, bacteriën, schimmels of parasieten. Ook kanker of drugsgebruik kan hersenvliesontsteking uitlokken. Meningitis op zich is niet besmettelijk, de virussen of bacteriën die de ontsteking veroorzaken zijn dat vaak wel en worden meestal verspreid via speekseldruppels. Een diagnose kan enkel gesteld worden door een lumbale punctie, daarbij wordt met een holle naald een staal hersenvocht uit het ruggenmergkanaal gehaald.

Zelfs als meningitis snel wordt vastgesteld en behandeld, sterft 5 à 10 procent van de patiënten binnen de 24 à 48 uur na de start van de symptomen. Wie overleeft, kan last hebben van hersenschade.

Bacteriële meningitis treft jaarlijks zo’n 3 personen op 100.000, virale meningitis komt frequenter voor en treft 11 personen op 100.000. In Sub-Sahara Afrika vallen meer doden in de zogenaamde meningitis gordel waar men jaarlijks 100-800 gevallen per 100.000 personen telt. De grootste gekende epidemie ten gevolge van meningitis vond plaats in Afrika in 1996-1997. Toen werden 250.000 mensen getroffen door een infectie, 25.000 onder hen overleefden het niet.

Eerste vermeldingen en ontdekking

Infecties van het zenuwstelsel hebben altijd bestaan. Egyptische mummies dragen er littekens van. Aristoteles en Hippocrates beschreven ze, verwijzend naar koorts met hoofdpijn en veranderende bewustzijnstoestanden. Toch zijn in antieke en middeleeuwse teksten amper verwijzingen te vinden naar symptomen die op meningitis duiden.

Een eerste omschrijving van wat mogelijk meningitis was, kwam in 1661 van de Engelse arts Thomas Willis, beroemd om zijn werk over de anatomie van het zenuwstelsel. Willis observeerde ongeneeslijke hoofdpijnen die gepaard gingen met abcessen en zwellingen van de hersenmembranen. Hij omschreef de ziekte als the frenzy, deze oude term komt nog steeds voor in de Engelse taal om te verwijzen naar hectiek, waanzin of razernij.

Thomas Willis, de grondlegger van de neurologie.
Gravure van George Vertue, 1742 (©Publiek Domein)

Een eeuw later, in 1768, verscheen postuum een boek van de Schotse arts sir Robert Whytt genaamd “Observations on the dropsy in the brain”. Whytt beschrijft er de ziekte die we vandaag als tuberculeuze meningitis kennen, een vorm van tuberculose die zich op de hersenvliezen richt. Pas een eeuw later wordt de tuberkelbacterie ontdekt en kan de link met tuberculose worden bevestigd.

Langzaam maar zeker treffen we in de historische bronnen steeds meer observaties van de ziekte aan. In 1789 beschreef de Zwitserse arts Louis Odier een epidemie in Genève waarbij 16 personen getroffen werden door de ziekte, 12 stierven. Hij schreef dat de ziekte niet zeldzaam is en jaarlijks 12 à 13 slachtoffers eist. In 1803 schreef de Franse militaire arts Herpin een thesis over de hersenvliesontstekingen die hij waarnam bij soldaten ten gevolge van hoofdtrauma’s. Hij was de eerste die de term meningitis gebruikt. De term geraakte pas algemeen ingeburgerd nadat de Britse arts John Abercrombie hem vermeldde in zijn handboek over neuropathologie uit 1828. In 1805 werd de regio rond Genève opnieuw getroffen door een epidemie, deze keer met 33 doden. Rond dezelfde tijd waren er ook epidemieën in Massachusetts (1806) en Connecticut (1807) in de Verenigde Staten.

Aquareltekening van een brein met de hersenhelften aangetast door tuberculaire meningitis, Thomas Godart, (Saint Bartholomews Hospital Archive and Museum, Wellcome Collection)

Het stijgend aantal epidemieën ging hand in hand met een beter begrip van de ziekte. Rond 1839 stelde Louis Guersent een voorstel tot classificatie van meningitis op dat het hedendaags begrip van de ziekte weerspiegelt. Hij onderscheidde zes categorieën: acute meningitis, chronische meningitis, meningitis ten gevolge van een hoofdtrauma, epidemische meningitis en gevallen gelinkt aan mentale aandoeningen. Een jaar later, in 1840, werd Afrika voor het eerst door een epidemie getroffen.

Aan het einde van de negentiende eeuw, met de ontdekking van bacteriën, kon opnieuw een stukje van de puzzel worden gelegd. De Nederlandse bioloog Anton Vaykselbaum legde in 1887 voor het eerst een verband tussen bacteriële infectie en de oorzaak van hersenvliesontsteking.

Medische behandelingen

Voordat men de pathologie van meningitis begreep en ontdekte, geloofde men dat de ziekte het gevolg was van een teveel aan hersenvloeistof. Men probeerde de druk in het lichaam te verlichten door aderlatingen, bloedzuigers en braakmedicatie. In de negentiende eeuw draineerde men door lumbaalpuncties het ruggenmergvocht om de druk van het vocht te verlichten. Aan het einde van de negentiende eeuw ontdekte men dat het ruggenmergvocht dat via de lumbaalpuncties vrijkwam, kon gebruikt worden om een diagnose te stellen. Dat was voordien enkel mogelijk via een autopsie.

Op een effectieve behandeling was het echter wachten tot het begin van de twintigste eeuw. Toen leidden enkele grote epidemieën van meningokokkenmeningitis ertoe dat zowel de Duitse arts Georg Jochmann als de Amerikaan Simon Flexner een antiserum creëerden. Dat antiserum bevatte antilichamen van dieren die geïnjecteerd waren met meningitis veroorzakende bacteriën. De eerste effectieve behandeling voor meningokokkenmeningitis was de directe injectie van paardenantiserum in het cerebrale ruggenmergvocht. Deze therapie redde veel levens in de Eerste Wereldoorlog.

‘Serum rechtstreeks van het paard’, inentingskarikatuur, begin 20ste eeuw. (©Wellcome Collection)

De volgende doorbraak kwam van de hand van de Amerikaanse bacterioloog Sara Branham. Zij ontdekte dat sulfonamiden, een nieuw chemisch geneesmiddel dat bacteriën doodt, meningokokkenmeningitis efficiënt bestreden. Vanaf 1935 werden sulfonamiden de voorkeursbehandeling want ze waren goedkoper en veiliger dan het antiserum.

Vanaf 1941 kwam penicilline op de markt. Dit was het begin van het antibioticatijdperk. De eerste meldingen van grote aantallen meningokokkenmeningitispatiënten die werden behandeld met penicilline kwamen van het Amerikaanse leger. De resultaten waren opmerkelijk. Eén rapport beschreef een uitbraak onder 71 soldaten. Na behandeling met penicilline stierf er slechts één soldaat.

Antimicrobiële resistentie

In de jaren 1960 werden sulfonamiden minder doeltreffend omdat bacteriën in toenemende mate resistent waren geworden tegen het geneesmiddel. Deze resistentie beëindigde het gebruik ervan tegen meningitis.

Antibiotica waren revolutionair, voor hun introductie stierf het merendeel van de personen die meningitis opliepen. Maar de bacteriën evolueren sneller dan de ontwikkeling van de wetenschap. Gezien de groeiende antimicrobiële resistentie, rijst de vraag hoe lang antibiotica meningitis nog kunnen bestrijden. Naar schatting zullen binnen 20 à 30 jaar veel bacteriën die infectieziekten zoals meningitis veroorzaken, resistent zijn.

Bibliografie

  •  “Tackling drug-resistant infections globally: final report and recommendations”. The Review on Antimicrobial Resistance Chaired by Jim O’Neill, 2016. (Geraadpleegd 13 september 2023)
  • The history of meningitis. Causes, treatment and vaccines”, Blogartikel 6 maart 2019, op de website van de Confederation of Meningitis Organisations. (Geraadpleegd 13.09.2023)
  • Gilsdorf, Janet R. Continual Raving: A History of Meningitis and the People Who Conquered It. New York, 2019.  https://doi.org/10.1093/oso/9780190677312.001.0001, (Geraadpleegd 4 Sept. 2023).
  • Petrusevski, Ana B. “History of Development of Inflammatory Diseases of the Nervous System – Meningitis and Encephalitis.” Vojnosanitetski Pregled 74 (2017): 598-604.
  • Tyler, K. L. “A History of Bacterial Meningitis”. Handbook of Clinical Neurology95, (2010): 417–433. https://doi.org/10.1016/S0072-9752(08)02128-3
  • Walusinski O. History of the Concept of Tuberculous Meningitis. European Neurology 84, nr. 1 (2021): 61-70. doi: 10.1159/000512468. Epub 2020 Dec 16. PMID: 33326957.