In de Antwerpse doodsoorzakenregisters komen stuipen of convulsies geregeld voor als doodsoorzaak van jonge kinderen. Ook in de Amsterdamse doodsoorzakenregisters was deze doodsoorzaak prominent aanwezig. De Amsterdamse registers werden de afgelopen jaren gedigitaliseerd. Karin Wienholts, masterstudente geschiedenis aan Radboud Universiteit Nijmegen, ging met de gegevens uit de Amsterdamse registers aan de slag. Ze schreef voor ons deze bijdrage over hoe we de term stuipen in de doodsoorzakenregisters kunnen interpreteren.

Auteur: Karin Wienholts – Radboud Universiteit Nijmegen (contact: karin.wienholts@ru.nl)

Kinderstuipen in de Amsterdamse doodsoorzakenregisters

Met de hulp van vele vrijwilligers werden de doodsoorzakenregisters van Amsterdam gedigitaliseerd. Dit gebeurde onder leiding van medewerkers van de Radboud Universiteit in Nijmegen. De persoonlijke gegevens van meer dan 700.000 Amsterdammers overleden in de periode 1854-1940 zijn ondertussen in een computerbestand opgenomen. Dit digitale bestand biedt wetenschappers een schat aan mogelijkheden voor nieuw onderzoek.

De doodsoorzaak ‘(kinder)stuipen’, in de Amsterdamse registers vaak aangegeven met de Latijnse term eclampsia infantum of convulsio, roept een aantal vragen op. De medische kennis van nu leert dat stuipen geen ziekte zijn, maar een symptoom van een aantal mogelijke aandoeningen. Wisten negentiende-eeuwse dokters dit ook, en zo ja, aan welke onderliggende ziekten dachten zij als ze kinderstuipen behandelden? Is de lijst met onderliggende oorzaken doorheen de tijd veranderd door ontwikkelingen in de medische wetenschap? Hedendaagse onderzoekers plaatsen negentiende-eeuwse zuigelingen met de doodsoorzaak ‘stuipen’ vaak in de categorie overledenen vanwege ‘water- en voedselgerelateerde infectieziekten’. Is dat wel juist?

Het aantal jonge kinderen dat vroeger aan stuipen overleed, was hoog. In Amsterdam werd voor 39% van alle in 1856-1864 overleden zuigelingen (dat zijn kinderen jonger dan 1 jaar) als doodsoorzaak ‘stuipen’ genoteerd. Dat percentage daalde geleidelijk richting de twintigste eeuw. De gedigitaliseerde registers stimuleerden ons om meer onderzoek te doen naar deze slecht gedefinieerde, maar belangrijke doodsoorzaak.

Uitsnede doodsoorzakenregister Amsterdam 1887. Op 10 augustus 1877 overleed in het
bovenhuis op het adres Nes 48 een jongetje van 4 maanden aan ‘convulsio’ (stuipen).
Deze zuigeling ontving borstvoeding (afkorting ‘zg’ = zelf gezoogd).
Zie ook: https://archief.amsterdam/inventarissen/details/5185/path/2.2.1.1.1.11

Oorzaken van stuipen volgens de historische medische literatuur

Studie van medische handboeken en medische tijdschriften uit de negentiende en vroeg-twintigste eeuw toont aan dat de schrijvers van deze geschriften, dokters of professoren geneeskunde, goed op de hoogte waren van het feit dat stuipen een symptoom waren van een aantal mogelijke ziekten. De lijst van die onderliggende oorzaken veranderde doorheen de tijd door nieuwe medische ontdekkingen. Steeds weer werden nieuwe ziekten en aandoeningen toegevoegd. Ook werden er soms oorzaken van de lijst geschrapt. Goede voorbeelden hiervan zijn het krijgen van tanden, en sterke emoties van de moeder of de min die, zo dacht men aanvankelijk, via de borstvoeding aan de zuigeling werden doorgegeven. Beide zaken werden in het midden van de negentiende eeuw door dokters als belangrijke oorzaken van stuipen gezien. Tegen het einde van de eeuw had men ontdekt dat dit verband niet bestond.

De zorg voor de zieke zuigeling (Bron: H. Berssenbrugge/GAT)

In de medische literatuur werd toen een onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire oorzaken van stuipen: onderliggende ziekten die een directe of indirecte invloed hadden op het zenuwstelsel en de hersenen. Voorbeelden uit de eerste groep waren meningitis (hersenvliesontsteking), encefalitis (hersenweefselontsteking), maar ook aandoeningen opgelopen tijdens de bevalling, en aangeboren afwijkingen die stuipen veroorzaakten. Een andere interessante oorzaak uit de eerste groep waarover ook in kranten werd geschreven, was het wijdverspreide gebruik van (zelfgemaakte) slaapdrankjes voor jonge kinderen, bijvoorbeeld op basis van alcohol (jeneverbessen) of papaverbollen. Dokters waarschuwden voor de gevaren ervan, omdat die tot stuipen en de dood konden leiden. Tegen het einde van de negentiende eeuw werd eveneens ontdekt dat gebruik van alcohol en medicijnen door de moeder of de min (via de moedermelk) de kansen op dodelijke stuipen sterk deed toenemen.

In kranten werd ook hyperthermie als mogelijke oorzaak van stuipen aangeduid. In armere huizen werd vaak in één en dezelfde ruimte gekookt, gewassen en geleefd, zonder goede ventilatie. Te warme kleding of bedekking, en slapen in een afgesloten bedstede (samen met de ouders en mogelijk nog andere kinderen) kon volgens sommige artsen tot oververhitting en dodelijke stuipen leiden. Als primaire oorzaken werden ook genoemd: te warme baden, te wild schommelen van de wieg, en rijden met een kinderwagen over slecht geplaveide wegen. Voor de komst van de eerste consultatiebureaus in het begin van de twintigste eeuw was de ouderlijke kennis van zuigelingenzorg erg beperkt.

De groep van secundaire oorzaken bestond uit (kinder)ziekten zoals kinkhoest en mazelen, maar ook verkoudheden, huidinfecties, oorontstekingen, en allerlei maag- en darmklachten. Tegen een aantal van deze ziekten worden kinderen tegenwoordig gevaccineerd. In de periode van de Amsterdamse doodsoorzakenregisters, 1856-1940, was dit niet het geval, met uitzondering van de pokken.

Hoe gevaarlijk waren kinderstuipen? En wie waren de voornaamste slachtoffers?

De medische literatuur uit die tijd levert informatie over de prognoses van kinderen met stuipen. Enkele auteurs gaven aan dat de zuigelingen uit de eerste groep (de zuigelingen met ziekten die direct verband hadden met de hersenen en het zenuwstelsel) de slechtste vooruitzichten hadden. Zij stierven het vaakst. Kinderstuipen als gevolg van ziekten die ook koorts hadden veroorzaakt, werden geacht het minst dodelijk te zijn. Soms werd wat kinine gegeven om die koorts te onderdrukken.

Sommige auteurs gaven aan dat stuipen door maag- en darmproblemen, zoals wormen, constipatie, indigestie of darminfecties, vaak voorkwamen bij kinderen. Om die te behandelen, werd braken gestimuleerd door een veer in de keel van het kind te steken. Een klysma zorgde dan weer voor het legen van de darmen. Een enkele auteur gaf aan dat kinderstuipen door maag- en darmproblemen geen ‘echte’ stuipen of eclampsia infantum waren, maar slechts een lichte versie daarvan, ook wel interne stuipen genoemd. Het plaatsen van aan stuipen overleden zuigelingen in de categorie water- en voedsel-gerelateerde infectieziekten wordt op basis van deze studie dan ook afgeraden. De doodsoorzaken van deze jonge kinderen waren waarschijnlijk heel verschillend.

Dokters schreven regelmatig over kinderen met een ‘aanleg’ voor stuipen. Dat ging, volgens hen, vooral om kinderen uit minderbedeelde families en arme buurten, zuigelingen die kunstmatig gevoed werden en/of kinderen met een aanleg voor de Engelse ziekte en/of tetanie. Deze beide aandoeningen waren (onder andere) het gevolg van een vitamine D-tekort. Uit eerder onderzoek weten we dat zuigelingen die geen borstvoeding kregen, minder immuniteit opbouwden en vatbaarder waren voor infectieziekten. De samenstelling van vervangende voeding, allerlei papjes, was vaak slecht en besmet door vervuild drinkwater. Onderzoek op basis van de Amsterdamse doodsoorzakenregisters toont aan dat de percentages van de aan stuipen overleden zuigelingen hoger waren in de armere buurten en in families met een lage(re) sociaaleconomische status.

Doodsportret van baby (Bron: Regionaal Archief Tilburg)

Welke medische interventie bij stuipen?

Onderzoek van Willibrord Rutten heeft aangetoond dat raadpleging van een arts bij de ziekte van een zuigeling niet frequent gebeurde. Dokters hadden toen weinig efficiënte geneesmiddelen, en ziekte en dood van een zuigeling werd in de negentiende eeuw nog vaak als een natuurlijke gang van zaken gezien. Dokters die het overlijden van een zuigeling moesten vaststellen, hadden het kind vooraf vaak niet gezien of behandeld, en moesten afgaan op wat de ouders hen vertelden om het overlijdenscertificaat of doodsbriefje te kunnen invullen. Stuipen waren een angstaanjagend symptoom dat de ooggetuigen niet zal ontgaan zijn.

De gedigitaliseerde registers nodigen ons uit om verder onderzoek naar stuipen te doen om zo een nog beter beeld te krijgen van de determinanten en de medisch-historische context waarin de registratie plaatsvond. Dankzij de inzet van vele vrijwilligers is dat onderzoek nu mogelijk!

Bronnen en meer lezen:

  • Canstatt, C., De Bijzondere Ziekte- en Genezingsleer uit een klinisch standpunt bewerkt, derde deel (Utrecht/Amsterdam 1844). 
  • Israëls, A.H., Sterfte der kinderen in de drie eerste jaren des levens te Amsterdam, in de jaren 1850-1859’ in: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (1862) 289-299. 
  • Lange, C.C. de, De Geestelijke en Lichamelijke Opvoeding van het Kind in vrij navolging van Prof. Biedert ‘Das Kind’ (Amsterdam 1908). 
  • Lebert, H., Handboek der Praktische Geneeskunde (Groningen 1863). 
  • Rutten, W.J.M.J., ‘Ongelijke behandeling binnen het gezin. Een onderzoek naar de leeftijdsverschillen in de kans op geneeskundige hulp in Nederland (ca. 1870-1900)’ in: Dertig Jaar Afdeling Agrarische Geschiedenis (Wageningen 1986) 245-266.
  • Steiner, J., Compendium der Kinderziekten voor Studenten en Artsen (Arnhem 1870). 
  • Wienholts, Karin. ‘Fatal Convulsions: Different Roles of a Historical Cause of Infant Death, Amsterdam and Roosendaal, 1856-1938’. Onuitgegeven Masterthesis Geschiedenis, Radboud Universiteit Nijmegen. Begeleiders: Prof. A.A.P.O. Janssens en Dr. T.G.M.W. Riswick.